De opkomst van de Twentse Twextielindustrie

In het midden van de achttiende eeuw kwam de Industriële Revolutie in Groot Brittannië op gang. Toch duurde het nog ruim een hele eeuw tot deze uitvindingen ook in de Nederlanden voet aan wal kregen. In dit artikel wordt een beknopte geschiedenis beschreven van de Industriële Revolutie in de Twentse Textielindustrie.

Voordat in 1830 België onafhankelijk werd van de Noordelijke Nederlanden, werd er voornamelijk in de Vlaamse textielregio’s geïnvesteerd. De Twentse textielindustrie bestond op dit punt dan ook voornamelijk uit huisnijverheid. Dit waren bijvoorbeeld boeren die in de winter bijverdienden door thuis, of in een spinhuis, katoen te spinnen en weven. De Britse textielindustrie was destijds al flink doorontwikkeld, en steden als Liverpool en Manchester groeiden als kool door alle arbeiders die naar de industriesteden trokken. Toch zou deze Britse voorsprong een belangrijke rol spelen bij het ontwikkelen van de Twentse textielindustrie.

Industrialisatie van Twente

Zo speelde de Engelse textieltechnicus Thomas Ainsworth een grote rol in het introduceren van de nieuwe technieken die in de Industriële Revolutie waren ontwikkeld. Ainsworth richtte samen met Willem de Clercq in Goor een weefschool op waar geleerd werd om te werken met de nieuwe Calicot-weefgetouwen, en de snelspoel. de Calicot-weefgetouwen werden vanaf de jaren 30 ook in de Twentse fabrieken geïntroduceerd, net als stoomspinnerijen. Twintig jaar later werd de eerste stoomweverij in Twente geopend, wat de Industrialisatie van Twente echt in gang zette.

Twentse textielindustrie
Binnenkant van de Stoomspinnerij eind 19e eeuw. Uit:: Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890. Deel III(1993)–H.W. Lintsen

Een andere belangrijke factor in de ontwikkeling van de Twentse Textielindustrie was de Belgische afscheiding in 1830. Doordat de Vlaamse textielindustrie na de afscheiding niet meer bij de Nederlanden hoorde, en textiel een belangrijk exportproduct was voor de koloniën,  was het belangrijk dat er een nieuwe Nederlandse textielindustrie ontwikkeld zou worden. de Nederlandsche Handelsmaatschappij koos voor Twente omdat de lonen hier laag waren, en de Twentse bevolking al bekend was met textielwerk door hun huisnijverheid.

Stakingen en de sociale kwestie in Twente

Deze lage lonen speelden aan het einde van de negentiende eeuw een belangrijke rol in de sociale kwestie. Arbeiders begonnen vaker onvrede te uiten over hun slechte arbeids- en leefomstandigheden. Velen woonden in slechte woningen, met weinig ruimte, en hadden moeite om financieel rond te komen. Daarnaast was de zware arbeid, in ongezonde omstandigheden, ook een belangrijk zorgpunt voor de Twentse arbeiders. in 1888 Zouden de arbeiders, die zich steeds vaker in arbeidersbewegingen verenigden, dan ook de eerste stakingen houden.

De fabrieksdirecteuren bedachten hun eigen middel tegen de vele stakingen onder de Twentse arbeiders. Wanneer de stakingen plaatsvonden sloten zij ook de andere fabrieken, waardoor ook de arbeiders daar geen loon kregen. De stakende arbeiders werden ook ontslagen. Dit systeem wordt het Twentse Stelsel genoemd, en werd ingezet om stakingen te ontmoedigen. Desondanks bleven de Twentse arbeiders zich verenigen in, doorgaans socialistische, bewegingen om hun maatschappelijke kwestie op de kaart te zetten. Aan het begin van de 20e eeuw werden er dan ook sociale wetten ingevoerd die langzaamaan de arbeids- en leefomstandigheden zouden verbeteren.

Meer lezen over de sociaal-maatschappelijke gevolgen van de Industriële Revolutie in Twente? Ik heb recent een bronnenonderzoek gedaan wat te vinden is onder de volgende link: Sociale problemen in de Twentse Textielindustrie aan het einde van de 19e eeuw

Laat een antwoord achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.